Gastheer van het wad
Als kind liet Emiel Graas (54) speelgoedauto’s voor een hotel parkeren in zijn Lego-stad. “De liefde voor de hotellerie zat er al vroeg in”, zegt hij lachend. Inmiddels is hij General Manager van WestCord Hotel Schylge op Terschelling. Na een loopbaan vol nationale én internationale hotels streek hij eind 2024 neer op het eiland. “Elke dag kijk ik hier uit over het wad. Dat verveelt nooit.”
Zijn eerste stappen zette hij eind jaren ’80 in het Renaissance Hotel in Amsterdam. Luxe, witte handschoentjes, personeelsgangen: de hele klassieke hotellerie. Daarna volgden jaren bij Holland America Line, Weekendjeweg.nl, Van der Valk en Hotel van Oranje. “Ik heb altijd op bijzondere plekken gewerkt: van Noordwijk tot Bonaire. Toen ik de vacature op Terschelling zag, dacht ik meteen: dát wil ik. Al dachten ze in eerste instantie dat mijn cv te ‘corporate’ was. Ik heb toch doorgezet, en met succes.”
Sinds december 2024 leidt Graas WestCord Hotel Schylge, een van de bekendste hotels van het eiland. De naam zelf verraadt de locatie: ‘Schylge’ is het Friese woord voor Terschelling.
Wat maakt het hotel bijzonder? “De plek”, zegt hij resoluut. Vanuit het restaurant kijk je uit over het wad, de Brandaris en de haven. “Iedere ochtend begint hetzelfde: eerst even kijken hoe het wad erbij ligt, diep ademhalen, en dan koffie. Het uitzicht verandert elk uur. Bij eb, bij vloed, bij zonsopkomst… Heel bijzonder om te zien.”
Aan de achterkant loop je zo het bos in, richting de heide en de schelpenpaden. “Het eiland is zó mooi, en dat verkopen we eigenlijk het meest: de beleving van Terschelling zelf.”
Een hotel runnen op een eiland is een verhaal apart. Leveringen die achterblijven op de boot, monteurs die dagen later pas komen. Geduld is een vereiste. “Toen de lift kapot was, kon de monteur niet mee omdat de boot vol zat. Dan duurt het gewoon een paar dagen langer.”
Die afhankelijkheid verbindt ook, merkt Graas. “Concurrentie is hier relatief: we helpen elkaar. Als een ander hotel op het eiland linnen tekort heeft, leen je uit. Onze masseuse was ziek? Een andere eilander sprong meteen bij. Dat maakt het werken hier bijzonder.”
Sinds zijn komst probeert Graas nadrukkelijk de banden met het eiland te versterken. “Ik wil dat eilanders ons zien als sociale hub. Dat gebeurt al: de bridgeclub en de bowlingvereniging komen hier samen, en ook verjaardagen worden gevierd in het restaurant. We hebben Terschellinger kaas, gebruiken vlees van koeien die letterlijk om de hoek grazen en natuurlijk oesters van het wad. Hoe lokaal wil je het hebben?”
Hoewel Graas pas een jaar bezig is, kijkt hij vooruit. Grote investeringen hangen af van het familiebedrijf, maar op kleine schaal zet hij al stappen. “Integratie met de lokale gemeenschap vind ik het belangrijkst. En verder houden we het hotel netjes, modern waar het moet. De kamers zijn wat ouder, de badkamers vernieuwd. En de bowlingbaan, de enige op het eiland, zorgt voor reuring en gezelligheid.”
“De hotellerie is altijd dynamisch, maar hier op het eiland is het nóg bijzonderder”, besluit hij. “Je werkt niet alleen voor gasten, maar ook samen met de gemeenschap. En dat uitzicht over het wad… dat blijft elke dag weer een cadeautje.”