Vier jaar geleden begonnen ze vanaf nul. Nu runnen Anne van Lohuizen en Jelle Bouma drie autobedrijven in Haren. En die nieuwste overname in Haren? Die ligt op loopafstand van de vorige twee. “Het is net als kinderen krijgen”, zegt Anne lachend. “Nummer één is spannend. Nummer drie niet meer.”
Sinds 1 januari 2026 is HVH Autotechniek in Haren officieel in handen van Anne en zijn compagnon Jelle Bouma, de eigenaren van Autohûs Haren. HVH zit ook nog eens in dezelfde straat. En dat is precies waarom dit verhaal zo lekker Gronings is: geen ‘we gaan de wereld veroveren’, maar gewoon stap voor stap een dorpsgaragegroep op loopafstand.
Niet op jacht, wél ja gezegd
Voor de buitenwereld lijkt het alsof ze in sneltreinvaart drie bedrijven bij elkaar hebben gekocht. Anne snapt die indruk, maar nuanceert meteen: “Dit was van tevoren niet ons plan. Het is ons overkomen, en we hebben er ‘ja’ tegen gezegd.”
Het begon met een wens die bij meer mensen in loondienst opborrelt: ‘ooit iets voor jezelf beginnen’. Anne en Jelle werkten allebei bij Broekhuis Volvo en hadden al langer het idee om een eigen bedrijf te starten. Toen ze aanklopten bij Volvo-specialist Autohûs Haren, kregen ze deze kans. “Uiteindelijk heeft het twee jaar geduurd voordat dat in beweging kwam, maar in 2021 konden we het bedrijf overnemen.”
Een jaar later klopte ‘de buurman’ aan: Vanderdong Autoservice Haren (nu Autoservice Haren). En weer een jaar later gebeurde hetzelfde met HVH. In beide gevallen ging het om bedrijven zonder opvolging. “Vandaar dat ze bij ons aanklopten met de vraag of we daar voor open stonden. En dat was het geval.”
Drie garages, drie smaken
De drie bedrijven blijven drie losse locaties. “De garages hebben alle drie hun eigen expertise”, legt Anne uit. Autohûs Haren is de Volvo-specialist. Autoservice Haren is universeel. “Daar kunnen alle merken terecht voor onderhoud. Behalve Volvo”, zegt hij er grijnzend bij. En HVH? “Dat is de plek waar je relatief veel campers, bijzondere voertuigen en oldtimers tegenkomt.”
Dat is deels nalatenschap van de vorige eigenaren, en dat vinden ze prima. “We zetten gewoon voort waar zij gestopt zijn”, zegt Anne. Voor klanten is dat ook prettig: je hoeft niet bang te zijn dat jouw vertrouwde plek ineens totaal iets anders wordt.
Het voordeel van een straat als ecosysteem
Waarom dan toch drie bedrijven zo dicht bij elkaar? “Omdat je daarmee de hele lokale markt kunt bedienen zonder dat je verandert in een anonieme werkplaatsfabriek.” Anne verwoordt het lekker praktisch: of iemand nou komt met een camper, een oude auto of iets simpels (“een lekke kruiwagenband”), ze willen iedereen kunnen helpen. En intern levert het ook iets op: dingen die ze anders misschien zouden uitbesteden, kunnen ze nu zelf. Hij noemt uitlijnen als voorbeeld: eerder moest dat extern, nu staat die apparatuur bij één van de bedrijven.
Tegelijk willen ze niet het gevoel creëren dat er ineens één megabedrijf staat dat Haren ‘overneemt’. “Voor de klant lijkt het niet alsof we één groot bedrijf hebben”, zegt Anne. “Als je alles bij elkaar zou gooien, moet je een veel grotere winkel hebben.” Dus houden ze het juist klein in uitstraling, maar slim in samenwerking.
Waar je wél wakker van ligt bij een overname
Overnames klinken stoer, maar in de praktijk zijn ze natuurlijk spannend. Anne noemt zonder franje de drie grootste punten: “Behoud van klanten, behoud van personeel, behoud van omzet.” Bij HVH gaat in elk geval het team mee: de drie medewerkers blijven aan boord. En omdat de bedrijven al vaker samenwerkten, is de integratie minder een cultuurshock. Grote geheime groeiformules? Niet echt. Het zit ‘m volgens Anne vooral in basics: aandacht voor klant en personeel, afspraken nakomen. “Gewoon doen wat je zegt en zeggen wat je doet.”
Scale-up, maar dan Harens
En dan het woord dat altijd een beetje neigt naar LinkedIn-energie: groeien. Willen ze nog groter? Anne houdt het bewust nuchter. Ze kwamen uit een grote organisatie en wilden juist ‘een lokale, kleine dorpsgarage’. Dat het nu drie bedrijven zijn, is eerder het gevolg van kansen die langskwamen dan een plan om te blijven stapelen.
Bovendien zit er een grens aan wat twee mensen kunnen aansturen. Anne noemt het ‘span of control’: in een autobedrijf draait succes op het dagelijks zien en voelen van wat er speelt. “Je kunt je niet splitsen”, zegt hij, “en als je verder groeit, moet je meer mensen hebben. En groei is geen doel op zich.”
De volgende uitdaging
Hun volgende project zit niet in nog een vierde pand, maar in de techniek die op ze afkomt: elektrificatie. Elektrische auto’s vragen om specialisme, opleiding en speciaal gereedschap. “De markt verandert daar erg in, dus daar moeten we op inspelen.” Maar vooroplopen gaan ze niet. “Wij zijn een dorpsgarage”, zegt Anne, en dat is in zijn mond geen excuus maar een keuze. “Geen hogere wiskunde. We repareren en verkopen auto’s. Dat is onze core business. Daar moeten we gewoon heel goed in zijn.”