Allard maakt van Dirty Jack de nieuwe favoriet onder kookliefhebbers
Wie vaak kookt of achter de barbecue staat, herkent het meteen: die theedoek die altijd ergens aan je broek hangt. Handig, maar eigenlijk totaal niet gemaakt voor wat je ermee doet. Precies dat viel Allard Nieuwenhuis ook op. En dus bedacht hij een oplossing. Met Dirty Jack introduceerde hij een compleet nieuw product: de ‘kookdoek’.
“Dirty Jack is een kookdoek: een doek die je gebruikt tijdens het koken en barbecueën”, vertelt Allard. “Dat woord heb ik zelf geïntroduceerd. Drie jaar geleden dacht Google nog dat ik ‘kookboek’ bedoelde als ik ‘kookdoek’ intypte”, zegt hij lachend.
Van kook-obsessie naar ondernemerschap
Het idee ontstond niet zomaar. Allard heeft, zoals hij dat zelf noemt, een obsessie met koken. “Ik heb zelfs ooit op de Good Food Show in Birmingham met Jamie Oliver een slaatje staan maken…”, glimlacht hij. Juist doordat hij zoveel kookt en kookprogramma’s kijkt, begon hem iets op te vallen. “Bijna iedereen kookt met een theedoek aan zijn broek of over de schouder, maar die is daar helemaal niet voor gemaakt. Je droogt je handen, veegt iets schoon en daarna pak je met diezelfde dunne theedoek een gloeiend hete schaal uit de oven. Dat is vragen om ellende”, zegt hij. “Dus dacht ik: er moet een doek komen die daarvoor gemaakt is. Functioneel, hittebestendig en stoer.”
Sprong in het diepe
Dat was het moment dat het roer om ging. Allard besloot te gaan ondernemen. ”Ik heb ruim twintig jaar bij grote banken en verzekeraars gewerkt. Dan is de stap om voor jezelf te beginnen een sprong in het diepe. Ik vond het vanaf het eerste moment gaaf, maar ook heel intens. En ik ervaar ondernemen nog steeds als een groot avontuur: je moet elke dag keuzes maken, risico nemen, struikelen en dóór.”
Allard deed eigenlijk alles zelf: van het bedenken van het concept tot de ontwikkeling van het product en de branding eromheen. “Vanuit mijn marketingachtergrond wist ik: het moet meer zijn dan alleen een lap stof. Het moet iets zijn waar je trots mee rondloopt. Het is en blijft snoeihard werken om de groei te realiseren die nodig is, en ondertussen moet je blijven ontwikkelen en verkopen.”
Vallen, opstaan en door
De weg naar het uiteindelijke product ging niet zonder hobbels. Integendeel. “Met heel veel vallen en opstaan”, zegt Allard. Hij had geen ervaring met textiel en maakte in het begin meteen een klassieke fout. “Ik ging mijn idee direct naar weverijen met de vraag of ze konden maken wat ik had bedacht. Dat werkte dus totaal niet.”
Uiteindelijk vond hij hulp bij ervaren mensen uit de textielwereld die hem hielpen om zijn idee stap voor stap om te zetten naar een concreet product. “Het traject was langer en duurder dan ik dacht, maar ook precies de reden dat het nu staat.”
Stoer, stevig en gemaakt om vies te worden
Wat Dirty Jack volgens Allard bijzonder maakt, zit in een combinatie van branding en functionaliteit. De doek is stevig, dubbeldik en beschermt beter tegen hitte dan een gewone theedoek. “Dat voel je meteen als je ’m vastpakt”, zegt hij.
Ook over de details is nagedacht. “Dat lusje aan een theedoek is altijd kapot. Wij hebben een stevig knoopsgat gemaakt. Dat is zó sterk, daar kun je bijna een vrachtwagen aan hangen”, grapt hij. De productie vindt bewust plaats in Europa, in België. “Dat is duurder, maar dan weet ik dat het eerlijk gebeurt.”
Trots moment
Inmiddels ligt DIRTY JACK in meer dan vijftig winkels en is het product goed ontvangen door met name barbecuefanaten. Eén moment springt er voor Allard echt uit. “Dat de Nederlandse Brandwondenstichting het product ging verkopen. Dat is een enorm compliment. Ook van gebruikers kreeg hij bevestiging dat hij iets goeds in handen had. “De eerste hardcore barbecuer die ’m probeerde was eerst sceptisch, maar al snel kreeg ik een bericht: ‘Oké… ik ben om.’ Op dat moment dacht ik: dit klopt.”
Dat het merk uit Groningen komt, is volgens Allard geen toeval. “Ik ben een noorderling, een Stadjer. Hier prikken mensen snel door mooie praatjes heen. Dus het moet gewoon goed zijn.” Hij gelooft dan ook sterk in mond-tot-mondreclame. “Als iemand zegt: ‘Ik kan niet meer zonder die doek’, dát is de beste marketing. En wat het extra leuk maakt: gebruikers zijn echt fan van het merk. Dat zie je terug in bijvoorbeeld reacties op Instagram, iets waar ik ontzettend trots op ben.”
Blik op de toekomst
De komende jaren wil Allard vooral groeien. Meer producten, meer winkels en ook stappen richting het buitenland. “Binnen drie jaar wil ik nog winstgevender zijn en het merk verder uitbouwen”, zegt hij. Klanten vragen inmiddels al om meer producten. “Misschien komt er wel een kledinglijn. Dat zou zomaar kunnen.”