Toen dia’s, nu data
Internoord bewijst dat een reisbureau van 1957 in 2025 nog steeds voorop kan lopen
Als je Erik van der Waard hoort vertellen over zijn jeugd, zie je het zó voor je: een jongetje op een fietsje, een stapel enveloppen met zomergidsen aan het stuur, onderweg naar potentiële klanten die nog nooit van internet hadden gehoord. “Ik kreeg één gulden per gids”, zegt hij. “Toen was dat veel geld.” Diezelfde jongen runt nu een gedigitaliseerd reisbureau met meerdere locaties in Friesland, een eigen ICT-team en een online multichannelstrategie waar menig retailer jaloers op zou zijn.
Internoord is zo’n zaak waar ‘vroeger’ en ‘nu’ nog steeds in één adem bestaan. En niemand kan dat beter vertellen dan Erik zelf: zoon van het reisbureau, kleinzoon van de gidsenplakker, nu eigenaar van een bedrijf dat al lang geen traditioneel reisbureau meer is.
Stickers plakken, dia’s uitlenen en videobanden meegeven
De roots van Internoord liggen niet in Leeuwarden, maar in Groningen, iets wat volgens Erik bijna niemand weet. Zijn moeder werkte er eerst, later verhuisden zijn ouders naar Leeuwarden om daar een nieuwe vestiging op te zetten. Toen had je geen internet, geen reserveringssystemen, geen e-mail. Wel gidsen, velletjes papier en typemachines. En vooral: dia’s.
Erik vertelt hoe zijn vader - van oorsprong loodgieter - in het begin van hun reisbureaujaren elk hotel zelf bezocht. Hij maakte foto’s, zette die op dia’s en leende die uit aan klanten. “Die dia’s kon je bekijken in een klein kastje, zo groot als een half pak melk”, zegt Erik. “Thuis klikte je de dia’s er één voor één in. En op basis daarvan maakte je de keuze voor bijvoorbeeld een hotel op je vakantiebestemming.” Het klinkt nu bijna aandoenlijk, maar het werkte. Het was ‘content marketing’ voordat dat überhaupt een woord was.
En dan waren er nog de videobanden. Als iemand twijfelde tussen bijvoorbeeld Gran Canaria of Kreta, kreeg je een videoband mee naar huis. Met adresgegevens erbij, want die band moest natuurlijk terug. Het was pre-internet remarketing, maar dan fysiek.
Een XXL-supermarkt voor reizen
De tegenstelling met nu kon bijna niet groter zijn. Internoord is allang geen traditionele baliezaak meer. “Dat bestaat eigenlijk niet meer”, zegt Erik. “Wij zijn een hypermodern reisbedrijf. Een XXL=supermarkt voor reizen.” Het klinkt brutaal, maar hij heeft gelijk. Ze hebben hun eigen touroperatorlabel, zes mensen die fulltime ICT, websites, vormgeving en zoekmachineoptimalisatie doen, een reserveringssysteem dat alles digitaal laat lopen en vliegen zelf nog steeds de hele wereld over om op de hoogte te zijn van de laatste reistrends.
En het werkt. Sterker nog, dit jaar hadden ze méér aanloop in de fysieke winkels dan ooit. Terwijl de wereld blijft roepen dat fysieke reisbureaus verdwijnen, bouwt Internoord gewoon door.
Hoe dat kan? Door niet tegen internet te vechten, maar ermee samen te werken, besluit Erik. “We vinden het heerlijk als klanten met een half uur klaar zijn, terwijl ze thuis al een weekend hebben zitten zoeken”, zegt hij. “Wij weten uit eerste hand waar je moet zijn. Dáár zit het verschil.”
De evolutie
Erik heeft het landschap drastisch zien veranderen. Waar vroeger in elke stad meerdere reisbureaus zaten, zijn er nu nog maar een paar. De digitalisering zorgde voor een nieuwe dynamiek: minder collegialiteit, meer concurrentie. “Vroeger hielp je elkaar. Nu sta je tussen vierhonderd online aanbieders als je Gran Canaria googelt.” Toch is Internoord niet omgevallen, maar juist gegroeid: precies omdat ze het anders aanpakten dan de rest.
Het mooie: volgens Erik is de kern van het vak helemaal niet veranderd. Toen én nu draait het om kennis. Niet de kennis die je achter een scherm verzamelt, maar de kennis die je zelf opdoet. Reizen, hotels bezoeken, plekken voelen. “Onze mensen zitten hier al twintig jaar. Ze hebben de hele wereld gezien. Daardoor kunnen we iemand in een half uur helpen, in plaats van dat hij thuis verdwaalt op het internet. Het recept dat vroeger werkte, namelijk vertellen wat je écht weet, werkt nu nog precies hetzelfde. Alleen de verpakking is anders.”
De keerzijde van vroeger
Toch is Erik niet alleen maar nostalgisch. “Het was toen één grote harmonieuze sector”, zegt hij. “Maar ook traag. Alles ging met de hand. Typemachines, papieren dossiers, bakjes met vertrekdata. Dat wil je nu niet meer.” Hij herinnert zich dat ze honderd boekingen per dag deden, van dagtochten en stamppottochten tot weekendjes weg, en elke bevestiging werd handmatig uitgetypt. “We waren elke avond nog tot laat bezig.”
Nu gaat alles digitaal, snel, foutloos. En hoewel de charme van de oude tijd mooi was, wil hij niet terug naar de werkdruk die erbij hoorde.
En wat had je vroeger dan wél? Gemeenschapsgevoel, zegt hij. Het idee dat je samen in dezelfde sector zat. Dat is door digitalisering bijna verdwenen. Maar Internoord probeert het alsnog terug te brengen, bijvoorbeeld door nieuwe jonge medewerkers zelf op te leiden. Niet mopperen dat er geen personeel is, maar investeren in nieuwe energie. “Dat is een grotere uitdaging dan bijblijven met kennis,” zegt hij.
Wat blijft? De liefde voor reizen
Wie Erik hoort praten, weet: de branche is veranderd, maar de energie niet. Hij is nog steeds die jongen die videobanden meegaf, gidsen rondbracht, hotels bezocht. De tools zijn anders, de wereld is sneller, de klanten weten meer. Maar reizen blijft reizen. En Internoord is het levende bewijs dat een reisbureau uit 1957 ook in 2025 relevant kan zijn: “Zolang je maar blijft meebewegen, zonder te vergeten waar je vandaan komt.”